Jonge Historici en NHM
Gelderlander, 22 oktober 2008 - Bij de voorbereiding voor een Nationaal Historisch Museum wordt te veel gekeken naar de vorm. Twintig jonge academici willen het anders.
Het Parool, donderdag 4 december 2008
Historici moeten verhalen voor nationaal museum leveren;
Geen reden waarom museum niet in 2011 open kan gaan
Vrijdag 21 november berichtte Het Parool dat het Historisch Nieuwsblad 'postmoderne onzin' vreest in het Nationaal Historisch Museum, gezien de musea die de directeuren van het NHM in wording, Valentijn Byvanck en Erik Schilp, hebben ingericht.
Een week eerder was het rapport Bouwstenen aan Schilp en Byvanck aangeboden. Het rapport, het resultaat van brainstormsessies en een ondervraging van ruim 120 betrokkenen, bood veel aanbevelingen, maar weinig duidelijkheid. Dat het niet over goed-fout mag gaan, staat buiten kijf, maar daar stokt de consensus. Of de Canon, kleine geschiedenissen, of stereotiepe verhalen over water en immigratie centraal moeten staan, is een punt van discussie. De conclusie van Schilp was dan ook veelzeggend: 'Iedereen redeneert vanuit zijn eigen expertisegebied. Maar wij moeten ook een museum opzetten, we schrijven geen geschiedenisboek."
Zo komen de historici en kersverse directeuren steeds meer tegenover elkaar te staan. Een jonge generatie historici ziet echter wel degelijk mogelijkheden voor de noodzakelijke samenwerking.
Met de kennis en visie van historici wordt vaak vrijblijvend omgegaan: ze leveren de blokkendoos, maar spelen niet mee als het om het bouwen gaat, ondanks de sterke aanwezigheid van historici in de media. Dat komt mede door het optreden van historici zelf. Hierin schuilt een gevaar, want juist nu de behoefte aan geschiedenis groot is, moet de inhoud voorop staan. Historici moeten deze inhoud leveren.
Historici hebben de laatste jaren ruimschoots bewezen dat zij met een goed verhaal over de geschiedenis van Nederland kunnen komen. Zo verscheen de Canon in 2007 en werd onlangs nog Verleden van Nederland gepubliceerd, waaraan de (emeritus-)hoogleraren Jan Bank en Piet de Rooy meeschreven. Andere bekende historici, zoals Maarten van Rossem, Henk te Velde, James Kennedy en Herman Pleij, schreven de laatste jaren over kenmerken die typisch Nederlands zouden zijn: Nederland als polder-, gids- of burgerlijk land.
Toch is de bijdrage aan onderwijs, musea en het publieke debat beperkt. Zo riepen 23 historici de Tweede Kamer onlangs op tegen de invoering van de Canon in het basisonderwijs te stemmen, en zaaiden ze daarmee opnieuw twijfel. En dat terwijl de aandacht van historici voor het onderwijs al jaren tanende is. Historica Maria Grever betoogde onlangs dat mede door de gebrekkige belangstelling van universitaire historici de status van het lager en middelbaar geschiedenisonderwijs kon vervallen tot het huidige niveau.
Maar van het verleden kan worden geleerd. En dat is hoognodig, want sinds minister Plasterk in 2007 heeft besloten dat het NHM in Arnhem komt te staan, loopt het moeizaam. Het oude idee waarmee Arnhem de uitverkiezing won, is in de ijskast gezet en zelfs het ontwerp voor het museumgebouw staat op losse schroeven. Pas onlangs werden Byvanck en Schilp aangesteld. Zij hebben veel ervaring in de museumwereld, maar nog geen concreet idee. Eén van de directeuren concludeerde dan ook dat het een illusie is te denken dat de oorspronkelijk geplande opening van 2011 wordt gehaald. Dat is spijtig en onnodig, want juist de voorwaarden voor de totstandkoming zijn uitstekend. We hoeven het nu eens niet te hebben over gebrek aan geld of animo voor het museum. De regering heeft immers de opdracht gegeven en jaarlijks twaalf miljoen euro ter beschikking gesteld. Bovenal is geschiedenis hot en ligt het verhaal dat verteld kan worden, voor het oprapen!
Zaak is echter historici met al hun kennis en bagage bij elkaar te brengen en te committeren aan het project. Hier ligt een taak voor Schilp en Byvanck, maar ook voor historici zelf. Wezenlijk is raakvlakken te zoeken. Want of historici nu betrokken zijn geweest bij de Tijdvakken, de Canon of de recente protestbrief tegen de Canon, ze hebben in de kern veel gemeen. Ze willen het historisch besef bevorderen. Ze willen laten zien dat historische wijsheden maatschappelijk relevant zijn, maar ook dat lessen uit het verleden niet als cadeautjes uit een grabbelton kunnen worden getrokken.
Met oprechte betrokkenheid van historici moet het NHM een interessant en uitdagend museum worden. Het NHM zou dan zelfs kunnen voldoen aan zijn taak meer te zijn dan een museum: een debatcentrum en overlegplaats, waar historici en geschiedenisliefhebbers samen kunnen komen.
Als de directeuren de historici en verschillende verhalen bij elkaar weten te brengen en zelf de vormgeving en presentatie voor hun rekening nemen, zien we zelfs niet in waarom het museum niet in 2011 open kan gaan.
Ronald Kroeze en Matthias van Rossum, promovendi aan de VU en medeorganisatoren van het debat tussen jonge historici en NHM-directeur Byvanck, 14 januari in Amsterdam.
www.historischplatform.nl
Copyright 2008 PCM Interactive Media b.v.
All Rights Reserved
^
De Gelderlander, 22 oktober 2008
door Matthias van Rossum e.a. - 'Historisch museum: nu de inhoud'
Het Nationaal Historisch Museum is van start: de directie is aangesteld, een vooradvies is gegeven, scenario's liggen klaar en dat vormt de basis voor de invulling van het museum. Maar in het huidige proces staan vooral vorm en presentatie centraal; voor de inhoud is weinig aandacht. Wij signaleren drie problemen: de procesgang is ondoorzichtig, de rol van de academische wereld is beperkt, en vooral een inhoudelijk concept ontbreekt.
Openheid van het ontwikkelingsproces van het NHM is cruciaal. Het voortraject heeft plaatsgevonden in besloten brainstormsessies, met als eindresultaat een gefragmenteerd, warrig en vrijblijvend advies. Transparantie en openheid zullen in de toekomstige procedure moeten bijdragen aan een grotere betrokkenheid van professionele spelers uit verschillende velden (onderwijs, erfgoed/musea, academia). Wees daarbij niet bang voor kritiek, maar ga de discussie aan!
De invulling van het museum begint bij de keuzes over de inhoud en het inhoudelijk concept. Het NHM dient zich niet alleen te richten op vermaak of hapklare brokken, maar moet op uitdagende wijze verantwoorde geschiedenis aanbieden. In het voortraject is dit op de achtergrond geraakt. De gebrekkige inbreng van historici en andere academici ligt hieraan deels ten grondslag. Zij zijn bij uitstek deskundig in de omgang met de complexiteit en gevoeligheid van geschiedenis, en in het aantrekkelijk en toegankelijk maken van het verleden voor een breed publiek. Als jonge academici willen wij graag meedenken en gehoord worden!
Het NHM moet op een weloverwogen wijze met geschiedenis omgaan, waarbij kennisoverdracht centraal staat. Geschiedenis is het mooiste vak ter wereld, maar ook het meest ingewikkelde: het wordt gemakkelijk toegeeigend of misbruikt, wat kan leiden tot simplificaties en tegenstellingen. Door geschiedenis ben je in staat inzicht te verschaffen in de wijze waarop onze hedendaagse werkelijkheid tot stand is gekomen, maar kun je ook tonen dat zaken heel anders hadden kunnen verlopen. De complexiteit van geschiedenis vraagt om een nauwkeurige, inhoudelijke benadering van het NHM. Het vraagt om een ruime blik: hoe doen andere landen dit? De huidige scenario's doen misschien recht aan de missie van het museum, maar bieden weinig inhoudelijk perspectief op een verantwoorde omgang met de geschiedenis.
Wij menen dat verantwoorde en uitdagende presentatie van geschiedenis mogelijk en noodzakelijk is. De drie basiselementen continuiteit, discontinuiteit en actualiteit moeten daartoe in het museum verwerkt worden door te spelen met kruispunten, chronologie en thema's. Kruispunten zijn belangrijke historische momenten waarin de geschiedenis belangrijke, maar niet noodzakelijke wendingen heeft genomen. Kruispunten moeten de ruggengraat vormen van het museum door deze te verwerken in de thematische en chronologische tentoonstellingen. Ze tonen het veranderlijke en de openheid van geschiedenis: het is zo gegaan, maar het had ook anders kunnen lopen. Kruispunten belichten de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven en helpen haar te ervaren en ontdekken. Een doorlopende tentoonstelling met een chronologisch kader moet deze kruispunten inkaderen. Een integraal verhaal dat op verschillende niveaus door verschillende vertellers wordt aangeboden staat hierbij centraal: iedere bezoeker moet op zijn niveau uitgedaagd worden om te leren.
Naast de chronologie moet ruimte bestaan voor (wisselende) tentoonstellingen die actuele thema's in historisch perspectief plaatsen. De verschillende invullingen van de Nederlandse identiteit spelen daarbij een belangrijke rol. Dit kan door stereotypen over Nederland en haar bewoners aan de orde te stellen en in kritisch historisch licht te bezien. Tentoonstellingen over Nederland als polderland, tolerant of burgerlijk, zijn voorbeelden waarmee het museum op een uitdagende manier haar maatschappelijke rol kan opnemen.
Dit alles brengt een zinvolle historische boodschap over op het publiek. De symbiose van kruispunten, chronologie en thema's plaatst Nederlandse geschiedenis en identiteit in een dynamisch perspectief. Om dit mogelijk te maken moet eerst grondig worden nagedacht over het inhoudelijke concept van het NHM. Vooruit met de discussie, terug naar de inhoud!
Twintig jonge academici, bijeengebracht door het Historisch Platform: Marieke Anema, Tula Bandsma, Charlotte Broersma, Judith Evers, Susan Hogervorst, Ronald Kroeze, Marco van Leeuwen, Rens Oving, Matthias van Rossum, Jeroen Saenen, Nieske Stoel, Karen Tessel, Jouke Turpijn, Eva de Valk, Piet Veldeman, Tim Verlaan, Maria Verlee, Enne Jan Wierda, Lieke Wijnia, Marjolijn de Winter.
© Copyright 2008. Wegener Nieuwsmedia BV. All Rights Reserved
Statement XX: NHM op een Kruispunt!
Een pleidooi voor inhoud van twintig jonge academici [als PDF]
Twintig jonge
academici maken zich zorgen. Het Nationaal Historisch Museum is van
start: de directie is aangesteld, een vooradvies is gegeven,
verschillende scenario's liggen klaar en dat vormt de basis voor de
invulling van het museum. Maar in het huidige proces staan vooral vorm
en presentatie centraal; voor de inhoud is weinig aandacht. Dit
statement wil de inhoud centraal stellen in de discussie over het NHM.
Wij signaleren drie problemen: de procesgang is ondoorzichtig, de rol van de academische wereld is beperkt, en vooral een inhoudelijk concept ontbreekt. Hiervoor formuleren wij oplossingen en wij geven tevens een voorproef van een aantal inhoudelijke ideeën die onmisbaar zijn voor een succesvolle en verantwoorde verwezenlijking van het museum.
Transparantie en openheid
Openheid van het ontwikkelingsproces van het NHM is cruciaal. De juiste personen en organisaties moeten invloed kunnen uitoefenen op het proces. Het voortraject heeft plaatsgevonden in besloten brainstormsessies, met als eindresultaat een gefragmenteerd, warrig en vrijblijvend advies. Transparantie en openheid zullen in de toekomstige procedure moeten bijdragen aan een grotere betrokkenheid van professionele spelers uit verschillende velden (onderwijs, erfgoed / musea, academia). Wees daarbij niet bang voor kritiek, maar ga de discussie aan!
Inhoudelijke richting
De invulling van het museum begint bij de keuzes over de inhoud en het inhoudelijk concept. Het NHM dient zich niet alleen te richten op 'vermaak' of 'hapklare brokken', maar moet op uitdagende wijze verantwoorde geschiedenis aanbieden. In het voortraject is dit op de achtergrond geraakt. De gebrekkige inbreng van historici en andere academici ligt hieraan deels ten grondslag. Zij zijn bij uitstek deskundig in de omgang met de complexiteit en gevoeligheid van geschiedenis, en in het aantrekkelijk en toegankelijk maken van het verleden voor een breed publiek. Historici moeten daarom een belangrijke rol krijgen bij de invulling van het museum. Met dit statement doen wij een aanzet: als jonge academici willen wij graag meedenken en gehoord worden!
Geschiedenis afgewogen
Het NHM moet op een weloverwogen wijze met 'geschiedenis' omgaan, waarbij kennisoverdracht centraal staat. Geschiedenis is het mooiste vak ter wereld, maar ook het meest ingewikkelde: het wordt gemakkelijk toegeëigend of misbruikt, wat kan leiden tot simplificaties en tegenstellingen. Door geschiedenis ben je in staat inzicht te verschaffen in de wijze waarop onze hedendaagse werkelijkheid tot stand is gekomen, maar kun je ook tonen dat zaken heel anders hadden kunnen verlopen. De complexiteit van geschiedenis vraagt om een nauwkeurige, inhoudelijke benadering van het NHM. Het vraagt tevens om een ruime blik: hoe doen andere landen dit beter? De huidige scenario's doen misschien wel recht aan 'de missie' van het museum, maar bieden weinig inhoudelijk perspectief op een verantwoorde omgang met 'de geschiedenis'.
Een voorzet: kruispunten, chronologie en thema's
Wij menen dat verantwoorde en uitdagende presentatie van geschiedenis mogelijk én noodzakelijk is. De drie basiselementen continuïteit, discontinuïteit en actualiteit moeten daartoe in het museum verwerkt worden door te spelen met kruispunten, chronologie en thema's.
Kruispunten moeten de ruggengraat vormen van het museum door deze te verwerken in de thematische en chronologische tentoonstellingen. Kruispunten zijn belangrijke historische momenten waarin de geschiedenis belangrijke, maar niet noodzakelijke wendingen heeft genomen. Deze kruispunten tonen het veranderlijke en de openheid van geschiedenis: het is zo gegaan, maar het had ook anders kunnen lopen. Kruispunten belichten de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven en helpen haar te 'ervaren' en 'ontdekken'.
Een doorlopende tentoonstelling met een chronologisch kader moet deze kruispunten inkaderen. Dit sluit nauw aan bij het belang van kennisoverdracht, en geeft de ruimte om aandacht te schenken aan de relatie tussen continuïteit en discontinuïteit. Het aanbieden van een integraal verhaal dat op verschillende niveaus door verschillende vertellers wordt meegegeven staat hierbij centraal: iedere bezoeker moet op zijn eigen niveau uitgedaagd worden om te leren.
Naast de chronologie moet ruimte bestaan voor (wisselende) tentoonstellingen die actuele thema's in historisch perspectief plaatsen. Vooral de verschillende invullingen van de Nederlandse identiteit spelen daarbij een belangrijke rol. Dit kan door stereotypen over Nederland en haar bewoners aan de orde te stellen en in kritisch historisch licht te bezien. Tentoonstellingen over Nederland als 'polderland', 'tolerant' of 'burgerlijk' zijn slechts enkele voorbeelden waarmee het museum op een uitdagende manier haar maatschappelijke rol kan opnemen.
Een doelpunt: Meer inhoud!
Dit alles brengt een zinvolle historische boodschap over op het publiek. De symbiose van kruispunten, chronologie en thema's plaatst Nederlandse geschiedenis en identiteit in een dynamisch perspectief. Het laat de actualiteit van het verleden zien en andersom: het historische karakter van de actualiteit. Het biedt ook de mogelijkheid om een meer activerend inzicht mee te geven. Het verloop van de geschiedenis heeft dan misschien de mensen en hun omgeving (Nederland) gevormd, mensen hebben zelf ook het vermogen om invloed uit te oefenen op het verloop van de geschiedenis. Om dit mogelijk te maken moet eerst grondig worden nagedacht over het inhoudelijke concept van het NHM. Aan de museale inrichting gaan inhoudelijke keuzes vooraf. Dit vergt betrokkenheid en discussie van academische deskundigen. Ofwel: vooruit met de discussie, terug naar de inhoud!
Twintig jonge academici, bijeengebracht door het Historisch Platform:
| Marieke Anema | Nieske Stoel |
| Tula Bandsma | Karen Tessel |
| Charlotte Broersma | Jouke Turpijn |
| Judith Evers | Eva de Valk |
| Susan Hogervorst | Piet Veldeman |
| Ronald Kroeze | Tim Verlaan |
| Marco van Leeuwen | Maria Verlee |
| Rens Oving | Enne Jan Wierda |
| Matthias van Rossum | Lieke Wijnia |
| Jeroen Saenen | Marjolijn de Winter |
Contact? Het Historisch Platform en de twintig jonge academici zijn bereikbaar via post@historischplatform.nl of 06-30714772
Verslag van het debat op 23 mei 2008 door Ton Kappelhof, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag
Het Nationaal Historisch Museum
Het idee is er, maar nu de inhoud
Vrijdag 23 mei 2008 organiseerden het Kon. Nederlands Historisch Genootschap en het Historisch Platform een debat over het Nationaal Historisch Museum. Dat museum komt er want daartoe is besloten, er is een budget en het komt in Arnhem te staan, maar veel meer is er nog niet over bekend. Het debat werd voorgezeten door Henk te Velde (bestuurslid van het KNHG) en er was een forum samengesteld bestaande uit: Atzo Nicolaï (lid van de Tweede Kamer voor de VVD en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum), Willem Frijhoff (emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit en lid van de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen), Susanne Legêne (hoogleraar politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit en lid van de Canoncommissie), Peter Sigmond ( tot 1 juni 2008 directeur Collecties van het Rijksmuseum Amsterdam) en Thimo de Nijs (bestuursadviseur van de wethouder van cultuur van de gemeente Den Haag en nauw betrokken bij het voorstel van deze gemeente voor het museum). Helaas was dhr. Nicolaï wegens ziekte verhinderd, maar zijn rol werd met verve overgenomen door Ad de Jong die betrokken was bij het plan van het Ned. Openluchtmuseum. Zoals bekend besliste minister Plasterk onverwacht om, ofschoon toezeggingen richting gemeente Den Haag waren gedaan, het museum in Arnhem te vestigen.
Het debat werd bijgewoond door ongeveer 150 mensen waaronder ongeveer 40 studenten. Het was een levendig en constructief debat. De forumleden hadden er zin in, de zaal die zich verdrong om de microfoon ook. Forum en zaal waren het er over eens dat vakhistorici zich met dit museum moeten bemoeien, dat zij niet aan de kant moeten gaan staan uit angst voor de politiek of andere beren op de weg, al was het alleen maar omdat zij anders geen recht van spreken hebben als het museum gebruikt wordt door de politiek om twijfelachtige doelstellingen mee te verwezenlijken. In de omgekeerde richting geredeneerd heeft het in oprichting zijnde museum ‘content’ nodig, anders zijn grote ongelukken te voorzien en krijgen we bijvoorbeeld weer te horen dat de VOC over heel Azië heerste en meer van dit soort onzin. Binnen het kader van dit korte verslag is het niet mogelijk het hele debat weer te geven. Wie het wil beluisteren kan terecht op de website van het KNHG.
Er vielen met enige goede wil twee stromingen te onderscheiden: de ene accepteert het museum als een gegeven, maar ziet de valkuilen met name het gevaar dat de politiek er zijn speeltje van maakt. Dat wetende willen zij toch proberen de zaak in goede banen te leiden. Dit standpunt werd op bevlogen wijze en met een hoge spreeksnelheid verwoord door Willem Frijhoff en door Thimo de Nijs, maar vond ook aanhangers in de zaal. Het andere standpunt was dat er al een heleboel politieke musea zijn, dus waar maken wij ons toch druk over? Is het KIT (Kon. Instituut van de Tropen) niet ooit gesticht als monument van de ethische politiek die Ned. Indië zou laten delen in de zegeningen van de westerse beschaving? Is het Openluchtmuseum in Arnhem niet bedoeld als een verwijzing naar het authentieke leven van het onbedorven landvolk? Dit standpunt werd met verve onder woorden gebracht door Susanne Legêne die geen bezwaar had tegen een museum met een ideologie en daarbij verwees naar het Immigratiemuseum in Parijs dat is ondergebracht in een museum dat vroeger was gewijd aan het Franse koloniale bezit. Waar het volgens haar om gaat is het eerst eens te worden over wat we willen gaan zeggen en dat moet, kort en krachtig, samengevat worden in drie (nou ja vier) zinnen. Snel daarna moet de architect van het gebouw worden ingeschakeld om een vertaling te maken van concept naar ruimte en uiterlijke vormgeving. Willem Frijhoff liet weten deze drie zinnen al te hebben geschreven maar ze nog even voor zich te willen houden. De scepticus en de bevlogene kunnen elkaar aanvullen en versterken.
Er was ook ruimte voor enige zelfkritiek. De relatie tussen de historicus/-a en het object moet beter. De geschiedkundige weet alles van teksten, hem/haar wordt geleerd om tussen de regels door te lezen en de gelaagdheid van teksten te ontwaren, maar het object, dat ligt verder weg. Hetzelfde geldt voor het beeld, de kaart, de plattegrond en het geluid. Dat zijn dimensies waar de ambachtelijk geschoolde geschiedkundige zich op glad ijs voelt en waar hij liever omheen loopt. Waarom recenseren beroepshistorici geen exposities in musea? Deze klacht is overigens niet nieuw: rond 1980 woonde ik een symposium bij waar de kloof tussen geletterde historicus en museale objecten ook al werd gesignaleerd. Public history, een term die Frijhoff overigens gruwelijk vond, kan leiden tot een methodologische vernieuwing van het vak. Er komen steeds meer specialisaties en verstarring dreigt.
Karel-Peter Companje, voorzitter van het Historisch Platform, vestigde de aandacht op het groeiend aantal free lance historici dat zich op de vrije markt heeft begeven en altijd op zoek is naar opdrachten. Een goed idee is één, daarna komt de praktijk en daar hebben deze mensen, meer dan hen die in loondienst zijn, ervaring mee opgedaan.
Lex Heerma van Voss, voorzitter van het KNHG, riep, toen de klok bijna sloeg, alle aanwezigen en ook hen die er niet bij konden zijn op om zich te melden voor een forum, waarin alles wat deze middag naar boven was gekomen kan worden uitgewerkt. Verder moet er misschien een pressiegroep komen, want de trein rijdt al. De werving voor een tweehoofdige directie is in volle gang en er worden sessies gehouden met belanghebbenden over wat zij ervan vinden en wat zij willen doen voor het museum. Dat er veel, ook jonge historici zijn die graag mee willen doen en die ideeën hebben, werd op deze middag maar al te duidelijk.
Ton Kappelhof
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag
Overheid mag geschiedenis niet opleggen, Rens Oving [historischnieuwsblad.nl]
PUBLIEKSDEBAT OVER HET NATIONAAL HISTORISCH MUSEUM
Vrijdag 23 mei
Aula van de Koninklijke Bibliotheek Den Haag
14 tot 17 uur
Deelname gratis
De kogel is door de kerk: Nederland krijgt een Nationaal Historisch Museum. Het geld en de locatie zijn geregeld, maar de discussie over invulling en het karakter van het museum is nog niet op gang gekomen. Met het publieksdebat willen het Historisch Platform en het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap de discussie over het NHM en over de verhouding van de geschiedwetenschap met politiek en samenleving openbreken.
Op vrijdagmiddag 23 mei
vanaf 14.00 uur zullen in de Aula van Koninklijke Bibliotheek Den Haag
prominente sprekers Atzo Nicolaï, Willem Frijhoff, Susan Legêne, Jan
Vaessen
en Thimo de Nijs met het publiek in debat treden.
Het Nationaal Historisch Museum bevindt zich in het spanningsveld
tussen het maatschappelijk gebruik van het 'nationale' verleden en de
beroepsopvatting van professionele historici. Hebben de pleitbezorgers
van zo'n museum het eigenlijk wel over het verleden waarover historici
schrijven of gaat het over iets heel anders? Wat willen politici en
andere voorstanders met dit museum? Wat wordt van professionele
historici verwacht? En belangrijker nog: hoe moeten professionele
historici reageren op een initiatief als het Nationaal Historisch
Museum en wat zou hun houding moeten zijn ten opzichte van public
history?
Aanmelden en vragen: knhg@inghist.nl
Locatie: www.kb.nl
Deelnemers:
- Atzo Nicolaï, voorzitter Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum
- Willem Frijhoff, emeritus hoogleraar Cultuur Geschiedenis Vrije Universiteit
- Susan Legêne, hoogleraar Politieke Geschiedenis Vrije Universiteit
- Jan Vaessen, directeur Openlucht Museum Arnhem
- Thimo de Nijs, inhoudelijk coördinator voorstel Nationaal Historisch Museum
Debatleider:
Henk te Velde, hoogleraar Vaderlandse geschiedenis Universiteit Leiden
NHM krijgt VORM: Jonge historici en Byvanck over de inhoud!
Een jonge generatie historici neemt initiatief: in Statement XX: NHM op een
Kruispunt pleitten twintig jonge academici voor méér inhoud. Nu een
publieksdebat!
Kersvers inhoudelijk directeur Valentijn Byvanck zal zijn visie op het NHM
presenteren. Jonge historici leveren ideeën en geven commentaar. Op 14
januari gaat Byvanck in discussie met deze jonge historici – en met jou!
De toekomst van het NHM – het concept, de inrichting en de rol van historici
– zal centraal staan. Het publiek kan nadrukkelijk deelnemen: dus spreek je
uit!
Publieksdebat over het Nationaal Historisch Museum
Woensdagmiddag 14 januari
KHL-Koffiehuis Amsterdam
14.30 uur [.pdf]
NHM in Buitenhof
Jouke Turpijn, met 19 andere jonge historici auteur van Statement XX: NHM
op een Kruispunt, sprak zondag 30 november in Buitenhof met Atzo Nicolaï (NHM) en
Paul Spies (Amsterdams Historisch Museum) over het NHM, de inhoud, de rol
van jonge historici en meer.
Het Nationaal Historisch Museum krijgt snel vorm. De directie moet binnen een aantal weken met plannen komen en een visie. Binnenkort wordt ons land daarmee een museum rijker, geheel gewijd aan de nationale geschiedenis. Maar wat is onze nationale geschiedenis precies en hoe geef je die vorm in een museum? Kan zo'n museum bijdragen aan burgerschap en integratie? In Buitenhof een discussie over nut, noodzaak en inrichting van dit nieuwe nationale instituut. Met: Atzo Nicolaï, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum, Paul Spies, aankomend directeur van het Amsterdams Historisch Museum en Jouke Turpijn, historicus aan de UvA.
[Naar de buitenhof pagina voor deze aflevering]
Stichting Historisch Platform Postbus 1757, 1000 BT Amsterdam
06 218 227 45 of secretariaat@historischplatform.nl