[als PDF]

Het Historisch Platform lanceert:


Statement XX: NHM op een Kruispunt!


Een pleidooi voor inhoud van twintig jonge academici


Twintig jonge academici maken zich zorgen. Het Nationaal Historisch Museum is van start: de directie is aangesteld, een vooradvies is gegeven, verschillende scenario’s liggen klaar en dat vormt de basis voor de invulling van het museum. Maar in het huidige proces staan vooral vorm en presentatie centraal; voor de inhoud is weinig aandacht. Dit statement wil de inhoud centraal stellen in de discussie over het NHM.

Wij signaleren drie problemen: de procesgang is ondoorzichtig, de rol van de academische wereld is beperkt, en vooral een inhoudelijk concept ontbreekt. Hiervoor formuleren wij oplossingen en wij geven tevens een voorproef van een aantal inhoudelijke ideeën die onmisbaar zijn voor een succesvolle en verantwoorde verwezenlijking van het museum.


Transparantie en openheid

Openheid van het ontwikkelingsproces van het NHM is cruciaal. De juiste personen en organisaties moeten invloed kunnen uitoefenen op het proces. Het voortraject heeft plaatsgevonden in besloten brainstormsessies, met als eindresultaat een gefragmenteerd, warrig en vrijblijvend advies. Transparantie en openheid zullen in de toekomstige procedure moeten bijdragen aan een grotere betrokkenheid van professionele spelers uit verschillende velden (onderwijs, erfgoed / musea, academia). Wees daarbij niet bang voor kritiek, maar ga de discussie aan!

Inhoudelijke richting

De invulling van het museum begint bij de keuzes over de inhoud en het inhoudelijk concept. Het NHM dient zich niet alleen te richten op ‘vermaak’ of ‘hapklare brokken’, maar moet op uitdagende wijze verantwoorde geschiedenis aanbieden. In het voortraject is dit op de achtergrond geraakt. De gebrekkige inbreng van historici en andere academici ligt hieraan deels ten grondslag. Zij zijn bij uitstek deskundig in de omgang met de complexiteit en gevoeligheid van geschiedenis, en in het aantrekkelijk en toegankelijk maken van het verleden voor een breed publiek. Historici moeten daarom een belangrijke rol krijgen bij de invulling van het museum. Met dit statement doen wij een aanzet: als jonge academici willen wij graag meedenken en gehoord worden!


Geschiedenis afgewogen

Het NHM moet op een weloverwogen wijze met ‘geschiedenis’ omgaan, waarbij kennisoverdracht centraal staat. Geschiedenis is het mooiste vak ter wereld, maar ook het meest ingewikkelde: het wordt gemakkelijk toegeëigend of misbruikt, wat kan leiden tot simplificaties en tegenstellingen. Door geschiedenis ben je in staat inzicht te verschaffen in de wijze waarop onze hedendaagse werkelijkheid tot stand is gekomen, maar kun je ook tonen dat zaken heel anders hadden kunnen verlopen. De complexiteit van geschiedenis vraagt om een nauwkeurige, inhoudelijke benadering van het NHM. Het vraagt tevens om een ruime blik: hoe doen andere landen dit beter? De huidige scenario’s doen misschien wel recht aan ‘de missie’ van het museum, maar bieden weinig inhoudelijk perspectief op een verantwoorde omgang met ‘de geschiedenis’.

Een voorzet: kruispunten, chronologie en thema’s

Wij menen dat verantwoorde en uitdagende presentatie van geschiedenis mogelijk én noodzakelijk is. De drie basiselementen continuïteit, discontinuïteit en actualiteit moeten daartoe in het museum verwerkt worden door te spelen met kruispunten, chronologie en thema’s.

Kruispunten moeten de ruggengraat vormen van het museum door deze te verwerken in de thematische en chronologische tentoonstellingen. Kruispunten zijn belangrijke historische momenten waarin de geschiedenis belangrijke, maar niet noodzakelijke wendingen heeft genomen. Deze kruispunten tonen het veranderlijke en de openheid van geschiedenis: het is zo gegaan, maar het had ook anders kunnen lopen. Kruispunten belichten de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven en helpen haar te ‘ervaren’ en ‘ontdekken’.

Een doorlopende tentoonstelling met een chronologisch kader moet deze kruispunten inkaderen. Dit sluit nauw aan bij het belang van kennisoverdracht, en geeft de ruimte om aandacht te schenken aan de relatie tussen continuïteit en discontinuïteit. Het aanbieden van een integraal verhaal dat op verschillende niveaus door verschillende vertellers wordt meegegeven staat hierbij centraal: iedere bezoeker moet op zijn eigen niveau uitgedaagd worden om te leren.

Naast de chronologie moet ruimte bestaan voor (wisselende) tentoonstellingen die actuele thema’s in historisch perspectief plaatsen. Vooral de verschillende invullingen van de Nederlandse identiteit spelen daarbij een belangrijke rol. Dit kan door stereotypen over Nederland en haar bewoners aan de orde te stellen en in kritisch historisch licht te bezien. Tentoonstellingen over Nederland als ‘polderland’, ‘tolerant’ of ‘burgerlijk’ zijn slechts enkele voorbeelden waarmee het museum op een uitdagende manier haar maatschappelijke rol kan opnemen.


Een doelpunt: Meer inhoud!

Dit alles brengt een zinvolle historische boodschap over op het publiek. De symbiose van kruispunten, chronologie en thema’s plaatst Nederlandse geschiedenis en identiteit in een dynamisch perspectief. Het laat de actualiteit van het verleden zien en andersom: het historische karakter van de actualiteit. Het biedt ook de mogelijkheid om een meer activerend inzicht mee te geven. Het verloop van de geschiedenis heeft dan misschien de mensen en hun omgeving (Nederland) gevormd, mensen hebben zelf ook het vermogen om invloed uit te oefenen op het verloop van de geschiedenis. Om dit mogelijk te maken moet eerst grondig worden nagedacht over het inhoudelijke concept van het NHM. Aan de museale inrichting gaan inhoudelijke keuzes vooraf. Dit vergt betrokkenheid en discussie van academische deskundigen. Ofwel: vooruit met de discussie, terug naar de inhoud!


Twintig jonge academici, bijeengebracht door het Historisch Platform:

 

Marieke Anema Nieske Stoel
Tula Bandsma Karen Tessel
Charlotte Broersma Jouke Turpijn
Judith Evers Eva de Valk
Susan Hogervorst Piet Veldeman
Ronald Kroeze Tim Verlaan
Marco van Leeuwen Maria Verlee
Rens Oving Enne Jan Wierda
Matthias van Rossum Lieke Wijnia
Jeroen Saenen Marjolijn de Winter

 

Contact? Het Historisch Platform en de twintig jonge academici zijn bereikbaar via post@historischplatform.nl of 06-30714772


Het Nationaal Historisch Museum

Het idee is er, maar nu de inhoud
 

Vrijdag 23 mei 2008 organiseerden het Kon. Nederlands Historisch Genootschap en het Historisch Platform een debat over het Nationaal Historisch Museum. Dat museum komt er want daartoe is besloten, er is een budget en het komt in Arnhem te staan, maar veel meer is er nog niet over bekend. Het debat werd voorgezeten door Henk te Velde (bestuurslid van het KNHG) en er was een forum samengesteld bestaande uit: Atzo Nicolaï (lid van de Tweede Kamer voor de VVD en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum), Willem Frijhoff (emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit en lid van de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen), Susanne Legêne (hoogleraar politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit en lid van de Canoncommissie), Peter Sigmond ( tot 1 juni 2008 directeur Collecties van het Rijksmuseum Amsterdam) en Thimo de Nijs (bestuursadviseur van de wethouder van cultuur van de gemeente Den Haag en nauw betrokken bij het voorstel van deze gemeente voor het museum). Helaas was dhr. Nicolaï wegens ziekte verhinderd, maar zijn rol werd met verve overgenomen door Ad de Jong die betrokken was bij het plan van het Ned. Openluchtmuseum. Zoals bekend besliste minister Plasterk onverwacht om, ofschoon toezeggingen richting gemeente Den Haag waren gedaan, het museum in Arnhem te vestigen.

Het debat werd bijgewoond door ongeveer 150 mensen waaronder ongeveer 40 studenten. Het was een levendig en constructief debat. De forumleden hadden er zin in, de zaal die zich verdrong om de microfoon ook. Forum en zaal waren het er over eens dat vakhistorici zich met dit museum moeten bemoeien, dat zij niet aan de kant moeten gaan staan uit angst voor de politiek of andere beren op de weg, al was het alleen maar omdat zij anders geen recht van spreken hebben als het museum gebruikt wordt door de politiek om twijfelachtige doelstellingen mee te verwezenlijken. In de omgekeerde richting geredeneerd heeft het in oprichting zijnde museum ‘content’ nodig, anders zijn grote ongelukken te voorzien en krijgen we bijvoorbeeld weer te horen dat de VOC over heel Azië heerste en meer van dit soort onzin. Binnen het kader van dit korte verslag is het niet mogelijk het hele debat weer te geven. Wie het wil beluisteren kan terecht op de website van het KNHG.

Er vielen met enige goede wil twee stromingen te onderscheiden: de ene accepteert het museum als een gegeven, maar ziet de valkuilen met name het gevaar dat de politiek er zijn speeltje van maakt. Dat wetende willen zij toch proberen de zaak in goede banen te leiden. Dit standpunt werd op bevlogen wijze en met een hoge spreeksnelheid verwoord door Willem Frijhoff en door Thimo de Nijs, maar vond ook aanhangers in de zaal. Het andere standpunt was dat er al een heleboel politieke musea zijn, dus waar maken wij ons toch druk over? Is het KIT (Kon. Instituut van de Tropen) niet ooit gesticht als monument van de ethische politiek die Ned. Indië zou laten delen in de zegeningen van de westerse beschaving? Is het Openluchtmuseum in Arnhem niet bedoeld als een verwijzing naar het authentieke leven van het onbedorven landvolk? Dit standpunt werd met verve onder woorden gebracht door Susanne Legêne die geen bezwaar had tegen een museum met een ideologie en daarbij verwees naar het Immigratiemuseum in Parijs dat is ondergebracht in een museum dat vroeger was gewijd aan het Franse koloniale bezit. Waar het volgens haar om gaat is het eerst eens te worden over wat we willen gaan zeggen en dat moet, kort en krachtig, samengevat worden in drie (nou ja vier) zinnen. Snel daarna moet de architect van het gebouw worden ingeschakeld om een vertaling te maken van concept naar ruimte en uiterlijke vormgeving. Willem Frijhoff liet weten deze drie zinnen al te hebben geschreven maar ze nog even voor zich te willen houden. De scepticus en de bevlogene kunnen elkaar aanvullen en versterken.

Er was ook ruimte voor enige zelfkritiek. De relatie tussen de historicus/-a en het object moet beter. De geschiedkundige weet alles van teksten, hem/haar wordt geleerd om tussen de regels door te lezen en de gelaagdheid van teksten te ontwaren, maar het object, dat ligt verder weg. Hetzelfde geldt voor het beeld, de kaart, de plattegrond en het geluid. Dat zijn dimensies waar de ambachtelijk geschoolde geschiedkundige zich op glad ijs voelt en waar hij liever omheen loopt. Waarom recenseren beroepshistorici geen exposities in musea? Deze klacht is overigens niet nieuw: rond 1980 woonde ik een symposium bij waar de kloof tussen geletterde historicus en museale objecten ook al werd gesignaleerd. Public history, een term die Frijhoff overigens gruwelijk vond, kan leiden tot een methodologische vernieuwing van het vak. Er komen steeds meer specialisaties en verstarring dreigt.

Karel-Peter Companje, voorzitter van het Historisch Platform, vestigde de aandacht op het groeiend aantal free lance historici dat zich op de vrije markt heeft begeven en altijd op zoek is naar opdrachten. Een goed idee is één, daarna komt de praktijk en daar hebben deze mensen, meer dan hen die in loondienst zijn, ervaring mee opgedaan.

Lex Heerma van Voss, voorzitter van het KNHG, riep, toen de klok bijna sloeg, alle aanwezigen en ook hen die er niet bij konden zijn op om zich te melden voor een forum, waarin alles wat deze middag naar boven was gekomen kan worden uitgewerkt. Verder moet er misschien een pressiegroep komen, want de trein rijdt al. De werving voor een tweehoofdige directie is in volle gang en er worden sessies gehouden met belanghebbenden over wat zij ervan vinden en wat zij willen doen voor het museum. Dat er veel, ook jonge historici zijn die graag mee willen doen en die ideeën hebben, werd op deze middag maar al te duidelijk.



Ton Kappelhof

Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag

--------

Overheid mag geschiedenis niet opleggen, Rens Oving [historischnieuwsblad.nl]